Geschiedenis
De ijstijden vormen de basis van het huidige landschap, de gletsjer trok zich terug wat bleef was een land met zandruggen en modderpoelen. In de eeuwen daarna vormden zich veen in de poelen en loofbos op de wat hogere gronden. Het veen werd steeds dikker tot een soms metersdikke laag die het dekzand bedekte en de diepere lagen zichzelf verstikten (turf). Het gebied tussen de Hondsrug en de Eems was een groot moeras, doorsneden door enkele zandruggen en riviertjes. Klimaatwisselingen, de Dollard die regelmatig het land instroomde en later de mens, vormenden het land van nu, er ontstonden in Oost-Groningen drie gebieden met ieder zijn eigen karakter; het Westerwolde, Oldambt en de VeenkoloniŽn.
Westerwolde

Een ven in de Westerwoldse bossen.

Ter Borg, een monument.
Westerwolde is het onontdekte ongroningse Oost-Groningen, een  landschap wat niet voldoet aan het "groningenidee". Het beeld van het land wordt bepaald door oude beekdalen, de grillige vorm van oude velden en essen, de bochtige wegen op de oude zandruggen gaan door landschap van relatief kleine percelen welke soms omzoomd zijn door houtwallen. Helaas heeft ook hier zowel de ruilverkaveling als de kanalisatie van stroompjes zoals de Ruiten- en de Mussel Aa een aanslag gepleegd op het landschap van weleer. Door diverse instanties wordt hard gewerkt om de natuur een kans op herstel te geven (nieuwe meanders, natte weiden, extensieve veeteelt en aanleg van bospercelen met authentiek loofhout). Dit zijn echter de ontwikkelingen van de laatste jaren. Door opgravingen is bekend (Celtic fields) dat de eerste bewoners reeds 5000 jaar terug leefden op de zandrug (tange) die van noord naar zuid door dit 'toen' moerassige gebied loopt. Door gebrek aan landbouwgrond elders vestigden pioniers zich op de ruggen, waar zich esgehuchten vormden. De woeste gronden werden ontgonnen, er werden z.g. gruppen gegraven om het land te ontwateren, na droging werd de bovenlaag van het veen in brand gestoken, vervolgens werd de as door de ondergrond gewerkt om het volgend jaar met boekweit ingezaaid te worden. De mest uit de pot- en schapenstal moest de grond verrijken. Het vee diende voornamelijk voor de mestproductie, ‘s winters diende het hooi van de graslanden op oevers van de beek als voedsel, ‘s zomers liepen de koeien in de gezamenlijke weide (de marke). De schapen van alle boeren graasden overdag als een gezamenlijke kudde op de heidegronden. Het jarenlang mest uitstrooien over de essen zorgde ervoor dat deze nog hoger en duidelijker in het land kwamen te liggen. Tezamen met bewaard gebleven woeste grond, eikenbos en  hoogveen behoren ze tot de mooiste plekjes van het Westerwoldse landschap.

Het Oldambt

Koolzaad velden in bloei. Kanalen doorsnijden het land.
Het noordelijke deel van Oost-Groningen voldoet aan het wijdverbreide idee, dat alles in Groningen plat en kaal is. Dit land van zeeklei, dijken, graan en de bekende Oldambsterboerderijen is ontstaan na een lang gevecht met de zee. Dijken, die na soms lange politiek geharrewar aangelegd werden, bleken niet altijd aan de verwachtingen te voldoen, zodat de Dollard bij hoogtij soms tot Bellingwolde het land binnenstroomde. De strijd werd gewonnen, wat betekende dat de boeren steeds meer land kregen (recht van optrek). Nadat de guanopoep als mest ontdekt was volgde al snel de uitvinding van de kunstmest, dit gecombineerd met een goede graanprijs maakte dat de boeren alsmaar rijker werden. De knechten en de losse landarbeiders deelden daar niet in, terwijl oprukkende mechanisatie hun situatie er niet beter op maakte. Het communisme vond hier een goede voedingsbodem en maakte een grote opgang. Momenteel zit de landbouw in het slop en is het communisme nagenoeg verdwenen. De toekomst kan wel eens in het tourisme zitten want het is een prachtige land met de mooiste luchten van Nederland.

De Veenkoloniën

Op komst van de mechanisatie in bij de turfwinning. Nat grasland.
De veenkoloniŽn vormen het "nieuwe" land, ontstaan na de turfwinning en ontginning van het veen. De aardappel bleek goed te aarden en er ontwikkelde zich een daaraan verbonden "aardappelindustrie", inmiddels behoort deze tot een van de meest vooraanstaande in de wereld. De strijd in het veen was misschien nog wel harder dan die tegen de Dollard. Voor 1900 werd de turf voornamelijk voor eigen gebruik gestoken en was de ontginning kleinschalig. In het begin van de 20e eeuw werd in de stad Groningen het initiatief genomen tot een grootschalige ontginning. Kanalen en de z.g. wijken werden gegraven om het land te ontwateren, de turf af en de stads- en de kunstmest aan te voeren. De aardappel werd de kurk waar de economie op dreef, de laatste jaren gaat het wat minder goed met deze industrie. Een groot deel van de met zweet en bloed gegraven kanalen ( de hel van Jipsinghuizen) is inmiddels weer dicht gegooid en waar vroeger de trekschuit de aan- en afvoer verzorgde rijdt nu de vrachtwagen. Enkele kanalen hebben nog recreatie andere dienen alleen voor de waterhuishouding. De kaarsrechte kanalen, de lintdorpen, het rechthoekige van de percelen, de bloemen en de geuren van de aardappels, die kenmerkend zijn voor deze streek bepalen het beeld en de sfeer van het landschap. Braakliggende percelen, velden met hennep en peppels zorgen voor enige afwisseling.
De Grens

De vesting Bourtange. Een hek als de grens.
Aan de oostzijde van Oost-Groningen ligt de grens met Duitsland, tijden van bloeiende handel, grensschermutselingen en oorlogen wisselden elkaar af. Door het moeras waren de droge zandruggen van groot belang, op strategische punten werden dan ook vestingwerken aangelegd ter verdediging van de adellijke belangen (Nieuweschans, Oudeschans, Bourtangne). Rond 1850 hadden deze vestingen hun strategische positie verloren, door ontwatering was het veen te droog geworden om nog langer de vijandelijke legers tegen te houden. De vestingen raakten in verval en werden ontmanteld. Om het wat geÔsoleerde gebied een toeristische injectie te geven is Bourtange in oude glorie hersteld.
Terug naar de beginpagina